Stichting Uniek Curaçao hanteert een bepaalde werkethiek en principes bij het gebruik van de natuur- en recreatiegebieden. Dit is gebaseerd op de Leave no trace en Tread lightly principes. Tevens worden het verdrag van Ramsar en het CITES-verdrag nageleefd door de stichting. We vragen bezoekers en recreanten deze principes ook toe te passen.
Wandel altijd met z’n tweeën of meer. Zorg voor een opgeladen telefoon en beltegoed. Beschik over een kaart van het gebied. Neem minstens 1,5 liter drinkwater mee en zorg voor gepaste, dekkende kleding en schoeisel. Neem geen stenen, bloemen of andere “souvenirs” mee naar huis. Kerf niet je naam in een boom. Het is indrukwekkend als je wilde dieren tegenkomt. Bewonder de dieren op afstand, laat hen niet schrikken. Je bent in hun territorium, niet andersom.
Het Ramsarverdrag, dat in 1971 werd opgesteld, is een internationale afspraak die bedoeld is om belangrijke natte natuurgebieden te beschermen en verantwoord te gebruiken. Op Curaçao verzorgt Stichting Uniek Curaçao het beheer van een aantal van deze beschermde gebieden volgens de afspraken uit het verdrag.
CITES staat voor Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora, oftewel “Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten”. Het is een internationale overeenkomst over de handel in dieren en planten.
Het verdrag heeft als doel de handel in beschermde dier- en plantensoorten in kaart te brengen. Dit wordt gedaan door een systeem van in- en uitvoervergunningen. Het verdrag is opgesteld in 1975 en in 2016 ondertekend door 183 landen. In 1999 heeft Nederland (en het Caribisch gebied) getekend. Het verdrag kent verschillende niveaus van bescherming voor de soorten:
1. Er worden geen soorten meer uit het wild gehaald om te worden uitgevoerd als de soort met uitsterven bedreigd wordt. Dit geldt bijvoorbeeld voor walvissen en dolfijnen, olifanten, neushoorns, veel soorten apen, tijgers, veel soorten papegaaien, schildpadden, hagedissen en de planten Agave parviflora, Aloe rauhii en Vanda coerulea.
2. Veel soorten mogen alleen nog maar worden uitgevoerd als hier een CITES-vergunning voor is verleend. Het gaat dan bijvoorbeeld om roofdieren en krokodillen, alle reuzenslangen, een aantal schelpdieren, veel soorten koraal en de succulenten Didierea madagascariensis en Didierea trollii van Madagaskar. Door wetenschappers wordt regelmatig bekeken of er nog vergunningen verleend kunnen worden.
3. In de derde groep zijn soorten opgenomen waarvan het land waar zo’n soort voorkomt, het belangrijk vindt dat de uitvoer in de gaten wordt gehouden en hierbij de hulp van andere landen vraagt.
Het ministerie van GMN is de autoriteit die belast is met vergunningaanvragen en controle op naleving van het verdrag op Curaçao. Voor een uitgebreid overzicht van de bijlagen, klik hier naar de informatieve website van de Rijksdienst Caribisch Nederland.